Bekende Bevreemding
We kwamen de grens over in minder dan een half uur. Ik had nochtans al horrorverhalen gelezen over draconische bureaucratie en corrupte politieagenten die endemisch zouden zijn in Georgië. Nochtans was er een grote ‘clean up’ gebeurd, de politie was hervormd en als Europeaan kom je met een reispas makkelijk Georgië binnen. Snel en efficiënt. We raakten aan de praat met een Georgiër die dikwijls de grens overstak en hij bood ons een taxirit aan. Tien dollar voor 3 personen naar Batumi, ბათუმი in het Georigisch. De eerste stad over de grens en tevens badplaats. Het landschap veranderde aanvankelijk niet veel. De imposante bergen van de Kaukasus storten zich nog steeds steil in de zwarte zee. Maar het uitzicht veranderde. Er kwamen koeien in het straatbeeld. Letterlijk. Het land werd opengetrokken en er ontvouwde zich een overdadige groene vlakte. De bergen duidelijk zichtbaar aan de horizon aan de rechterkant en de zee die zich op de kiezelstranden gooit links van ons. Dit is Kolchis. Het land van het Gulden Vlies waar Jason met zijn Argonauten heentrok. En magisch en rijk land waar de mensen een vreemde taal spreken. We zijn in Georgië.

Eigenlijk ben ik je aan het voorliegen. En de inwoners zouden me zeker terecht wijzen. Batumi is de hoofdstad van de autonome republiek Adzjarië, ook wel აჭარის ავტონომიური რესპუბლიკა. Je kent de Georgische vlag misschien, een wit valk wordt door een rood kruis in vier verdeeld en enk elk van die vier rechthoeken vind je opnieuw een kruis. De vlag van Adzjarië is een variant op de Griekse vlag. Het Georgische kruis bevindt zich, rood-wit, in de linkerbovenhoek. De rest van de vlag wordt ingenomen door witte en blauwe lijnen, Grieks blauw (zie boven en beneden deze alinea). We zullen onze gastvrouw ontmoeten op het centrale plein van de stad. Rondom staan grote gebouwen die ons aan de tsaristische bouwwerken in Helsinki herinneren. Midden op het plein een speelse fontein die op ongeregelde tijdstippen de voorbijgangers belaagd. In een parkje met een spielerei van buxusspiralen en bollen een grote witte obelisk met Grieks geïnspireerde standbeelden. Ze beelden de toch van de Argonauten uit en boven op een jonge dame die met gestrekte arm het Gulden vlies voor haar uit huid.
Via via, via couchsurfing en met goed geluk zijn we in contact gekomen met Sophiko die voor enkele dagen tijd had ons onderdak te bieden. Ze was een lerares Frans maar is ondertussen werkloos, Frans is niet bepaald de meest nuttige taal (in Georgië, that is) en ze was zich aan het omscholen om met Engels en boekhouden deel te worden van de boomende toeristische industrie. Langs de kust verrijzen exuberante luxeresorts. Eén in de vorm van een molen, een Nederlands restaurant met lokale specialiteiten, en andere als een kopie van een pagode daarnaast een miniatuurversie van een of ander Indisch gebouw. Twee blokken verder staan nog steeds de Sowjet woonkazernes waar de elektriciteitskabels uit de muren hangen, er maar een aantal uur per dag stromend water is een de stroom geregeld uitvalt. Maar niet langs de kust uiteraard, daar werkt alles naar behoren, maar dan wel alleen voor toeristen met geld. Georgië doet verdacht europees aan als je net uit Turkije komt. Als zijn er wel een groot aantal moslims in Adzjarië toch domineren de orthodoxe kerken de stad. Alleen devote rijen biddende mensen herinneren je eraan dat je niet in België bent. En natuurlijk ook de orthodoxe bouwtrant van de kerken want in Georgië vindt je, uiteraard, voornamelijk Russisch-orthodoxe christenen.
Wat je niet zou verwachtig is dat de streek rond Batumi een quasi-subtropisch klimaat heeft. Franse wetenschappers hadden er indertijd een botanische tuin neergepoot waar de palmen en andere exoten weelderig bloeien. Het is een hemels plek. De legende wil dat toen god de wereld aan het scheppen was de Georgiërs al aan het feesten waren en dronken op Gods gezondheid. God was erg aangedaan en schonk het het mooiste plekje op aarde: Georgië. En ik ben geneigd hen te geloven. De strook rond batumi is prachtig. Al moet je wel de bedelaars, paupers, krotten, kapotte straten, etc. wel uit het straatbeeld wegdenken wil je een idylle te zien krijgen. Voor europeanen is Georgië belachelijk goedkoop. Op mijn verjaardag kon ik het hele reisgezelschap en gastvrouw trakteren voor minder dan 12 euro. Maar voor de Georgiërs is het leven duur en de levensstandaard erg laag. Gelukkig vatten de Georgiërs de koe bij de horens en gaan ze betogen in Tbilisi zoals we laatste nog in het nieuws zagen. Je hoeft ook helemaal geen helderziende te zijn om te verspellen dat die zo zichtbaren en schrijnende gigantische kloof tussen rijk er arm tot conflicten leidt. Vooral als die kloof zo pijnlijk zichtbaar is met luxehotels aan de ene en bouwvallige krotten aan de andere kant van dezelfde straat.

Rijk of arm, feesten kunnen ze even goed. En wel met het beste uit twee werelden: bier én wijn. Geen peperdure import (Heineken is overal) maar Georgisch bier. En geen pilsner maar stevig, vol en complex bier dat me aan Belgisch beer deed denken. Er wordt ook wijn verbouwd die even krachtig en vol is. En natuurlijk ook: Wodka! De drank die zich in het zog van de Sowjetunie verspreidde en overal is achtergebleven. Voeg daarbij nog allerlei lekkernijen en de Georgische bereidheid tot feesten (en drinken) en je hebt de perfecte ingrediënten voor een schitterend feest. Laat dit de blijvendste herinnering zijn: vrolijk, gastvrij, optimistisch, herkenbaar en bevreemdend.
We kwamen de grens over in minder dan een half uur. Ik had nochtans al horrorverhalen gelezen over draconische bureaucratie en corrupte politieagenten die endemisch zouden zijn in Georgië. Nochtans was er een grote ‘clean up’ gebeurd, de politie was hervormd en als Europeaan kom je met een reispas makkelijk Georgië binnen. Snel en efficiënt. We raakten aan de praat met een Georgiër die dikwijls de grens overstak en hij bood ons een taxirit aan. Tien dollar voor 3 personen naar Batumi, ბათუმი in het Georigisch. De eerste stad over de grens en tevens badplaats. Het landschap veranderde aanvankelijk niet veel. De imposante bergen van de Kaukasus storten zich nog steeds steil in de zwarte zee. Maar het uitzicht veranderde. Er kwamen koeien in het straatbeeld. Letterlijk. Het land werd opengetrokken en er ontvouwde zich een overdadige groene vlakte. De bergen duidelijk zichtbaar aan de horizon aan de rechterkant en de zee die zich op de kiezelstranden gooit links van ons. Dit is Kolchis. Het land van het Gulden Vlies waar Jason met zijn Argonauten heentrok. En magisch en rijk land waar de mensen een vreemde taal spreken. We zijn in Georgië.

საქართველო
Eigenlijk ben ik je aan het voorliegen. En de inwoners zouden me zeker terecht wijzen. Batumi is de hoofdstad van de autonome republiek Adzjarië, ook wel აჭარის ავტონომიური რესპუბლიკა. Je kent de Georgische vlag misschien, een wit valk wordt door een rood kruis in vier verdeeld en enk elk van die vier rechthoeken vind je opnieuw een kruis. De vlag van Adzjarië is een variant op de Griekse vlag. Het Georgische kruis bevindt zich, rood-wit, in de linkerbovenhoek. De rest van de vlag wordt ingenomen door witte en blauwe lijnen, Grieks blauw (zie boven en beneden deze alinea). We zullen onze gastvrouw ontmoeten op het centrale plein van de stad. Rondom staan grote gebouwen die ons aan de tsaristische bouwwerken in Helsinki herinneren. Midden op het plein een speelse fontein die op ongeregelde tijdstippen de voorbijgangers belaagd. In een parkje met een spielerei van buxusspiralen en bollen een grote witte obelisk met Grieks geïnspireerde standbeelden. Ze beelden de toch van de Argonauten uit en boven op een jonge dame die met gestrekte arm het Gulden vlies voor haar uit huid.
Via via, via couchsurfing en met goed geluk zijn we in contact gekomen met Sophiko die voor enkele dagen tijd had ons onderdak te bieden. Ze was een lerares Frans maar is ondertussen werkloos, Frans is niet bepaald de meest nuttige taal (in Georgië, that is) en ze was zich aan het omscholen om met Engels en boekhouden deel te worden van de boomende toeristische industrie. Langs de kust verrijzen exuberante luxeresorts. Eén in de vorm van een molen, een Nederlands restaurant met lokale specialiteiten, en andere als een kopie van een pagode daarnaast een miniatuurversie van een of ander Indisch gebouw. Twee blokken verder staan nog steeds de Sowjet woonkazernes waar de elektriciteitskabels uit de muren hangen, er maar een aantal uur per dag stromend water is een de stroom geregeld uitvalt. Maar niet langs de kust uiteraard, daar werkt alles naar behoren, maar dan wel alleen voor toeristen met geld. Georgië doet verdacht europees aan als je net uit Turkije komt. Als zijn er wel een groot aantal moslims in Adzjarië toch domineren de orthodoxe kerken de stad. Alleen devote rijen biddende mensen herinneren je eraan dat je niet in België bent. En natuurlijk ook de orthodoxe bouwtrant van de kerken want in Georgië vindt je, uiteraard, voornamelijk Russisch-orthodoxe christenen.
Wat je niet zou verwachtig is dat de streek rond Batumi een quasi-subtropisch klimaat heeft. Franse wetenschappers hadden er indertijd een botanische tuin neergepoot waar de palmen en andere exoten weelderig bloeien. Het is een hemels plek. De legende wil dat toen god de wereld aan het scheppen was de Georgiërs al aan het feesten waren en dronken op Gods gezondheid. God was erg aangedaan en schonk het het mooiste plekje op aarde: Georgië. En ik ben geneigd hen te geloven. De strook rond batumi is prachtig. Al moet je wel de bedelaars, paupers, krotten, kapotte straten, etc. wel uit het straatbeeld wegdenken wil je een idylle te zien krijgen. Voor europeanen is Georgië belachelijk goedkoop. Op mijn verjaardag kon ik het hele reisgezelschap en gastvrouw trakteren voor minder dan 12 euro. Maar voor de Georgiërs is het leven duur en de levensstandaard erg laag. Gelukkig vatten de Georgiërs de koe bij de horens en gaan ze betogen in Tbilisi zoals we laatste nog in het nieuws zagen. Je hoeft ook helemaal geen helderziende te zijn om te verspellen dat die zo zichtbaren en schrijnende gigantische kloof tussen rijk er arm tot conflicten leidt. Vooral als die kloof zo pijnlijk zichtbaar is met luxehotels aan de ene en bouwvallige krotten aan de andere kant van dezelfde straat.

Rijk of arm, feesten kunnen ze even goed. En wel met het beste uit twee werelden: bier én wijn. Geen peperdure import (Heineken is overal) maar Georgisch bier. En geen pilsner maar stevig, vol en complex bier dat me aan Belgisch beer deed denken. Er wordt ook wijn verbouwd die even krachtig en vol is. En natuurlijk ook: Wodka! De drank die zich in het zog van de Sowjetunie verspreidde en overal is achtergebleven. Voeg daarbij nog allerlei lekkernijen en de Georgische bereidheid tot feesten (en drinken) en je hebt de perfecte ingrediënten voor een schitterend feest. Laat dit de blijvendste herinnering zijn: vrolijk, gastvrij, optimistisch, herkenbaar en bevreemdend.




Geen opmerkingen:
Een reactie posten